Limmer visclub column: Bijna elke week een verhaaltje
door Rob Jak en Peter van der Heijdt

door PvdH

Peter in de polder, week 39.

Vorige week zaterdag heerlijk gevist op de zeeltstek. Een prachtige bijna zwarte vis van 48 cm gevangen, nummer 21 van het jaar. Ook nog een dikke zeelt verspeeld. Verder wat baarzen en voorns, al met al een mooie ochtend.


Zondag stond de sponsorwedstrijd van de jeugdvisclub op het programma. Na enkele weken van voorbereiding hadden we schitterend weer, 16 koppels en een handjevol vrijwilligers. De vangsten vielen wat tegen, hoewel de broertjes Oudendijk gewoon 80 vissen vingen in een uur tijd! Zelf had ik met zoon Lex 18 stuks, waarmee we gedeeld 2de werden , en bovendien was onze vangst goed voor ruim € 83 sponsorgeld.
Een compleet verslag van deze koppelwedstrijd vindt u op www.samenbeet.nl vanaf 6 oktober.


Broertjes Rodin en Quinten: 80 vissen.

In de middag ging ik met Mar en Lex een rondje varen in de polder. Schitterende stekken gevonden in de Molentocht en op het Overdie. In de Mientsloot lag een dooie snoekbaars van ruim 70 cm, dus die zitten er ook nog.
Op de terugweg passeerde ik onze webbeheerder Rob, die lekker aan het rommelen was met kunstaas en genietend van koffie en een zonnetje lekker rond pruttelde. Een mooi moment om hem ook eens voor de column op de gevoelige plaat vast te leggen. Die foto’s stonden afgelopen week al in de column, dus nu een plaatje van de happy family in de boot.

In de loop van de week heb ik de zeeltplek 2 keer aangevoerd en ook hield ik een karperstekje bij. De weersverwachtingen gaven een historisch hoogtepunt aan voor de maand oktober, en met zulk weer moest de zeelt wel gaan lopen.
Zondag ochtend had ik met Peter van Renen afgesproken om vanaf zonsopgang te vissen en fotograferen. Doel: zeelten en karpers voor de camera krijgen.
Peter stond nog bij de Schulpvaart te fotograferen toen ik al een verspeelde en een gevangen zeelt op mijn conto kon bijschrijven. De 39 cm lange vis hield ik even in het schepnet tot Peter kwam voor de foto’s.

Naast deze mooie zeelt kwamen er ook nog enkele baarzen voorbij, waarvan er 1 erg fotogeniek was. Dit bezorgde mij een “Hekking”-moment. Wethouder Hekking van Juinen kroop altijd in beeld als de burgemeester iets ging vertellen ( Koot en Bie)

Over Hekkingmomentjes gesproken: de close up van een baarsoog bracht ook de fotograaf in beeld.

Een fotograaf mee nemen naar het vissen is erg gezellig. Peter zorgt altijd voor koffie, ik voor mooi weer en vissen. Ook nu troffen we het. De zon verwarmde de dauw op het gras en het weitje leek wel een warmwaterbron, zoveel damp als er opsteeg. Een mooi moment om Peter eens zelf op de foto te zetten.


Er was erg veel activiteit van witvis, jagende baars en een enkele snoek, maar bovenal van een heleboel zeelten die bellensporen trokken, kolken sloegen en vlak onder het oppervlak aan het scharrelen waren. Het was dan ook onvermijdelijk dat er meer aanbeten zouden volgen. Met enige tussenpozen kwamen er vissen op de stek. Enkele keren sloeg ik mis, 1 keer deed de vis er meer dan 5 minuten over om de haak met 8 maden in te slikken. Op het moment dat ik aansloeg, spuugde hij de kale haak uit en voelde ik maar heel even een forse weerstand. Haak zorgvuldig kaalgevreten en geen vis. Dat is zeeltvissen in een notendop: minutenlang traag lopen rommelen aan het aas, en als de pen verdwijnt sla je nog vaak mis. Toch vind ik dit juist de charme en de spanning: lukt het me om deze voorzichtige vis wel te vangen? De ochtend vorderde en de zon kwam steeds sterker door. Meestal laten de zeelten het dan een beetje zitten, maar nu bleef er toch activiteit. Toen ik uiteindelijk een stipje Vitamo op de haak smeerde was het snel raak. Net als vorige week weer een pikzwarte vis, deze keer 46 cm lang.

Na de foto’s vonden we het welletjes. De karperstek die we op de terugweg nog aandeden gaf helaas alleen maar wat voorns. Maar wie het kleine niet eert… Ook de voorn was goed voor een mooie foto.



Zeeltteller 2011: 23. We gaan toch proberen de 30 te halen ( 50 gaat echt niet lukken met een drukke baan en een gezin…) !


door RJ

BaarsBezigheden, week 38.

De weermannen hebben een mooie nazomer beloofd. Zondag 25 september mogen we daar o.a. van genieten. Allereerst 's ochtends, tijdens de koppelwedstrijd van de jeugd. De opkomst is uitstekend, de vangsten zijn matig maar de sfeer is uitmuntend. De opbrengsten van deze sponsorwedstrijd gaan naar stichting "De Opkikker"

De middag is gereserveerd voor een tochtje met de boot door de polder. Vrouw en kinderen willen niet mee, dus dan maar alleen met een flinke hoeveelheid hengelarsenaal. Gelijk al een flinke domper: Ik ontdek dat de keramische binnenring van mijn topoog ontbreekt bij een van mijn hengels: de rozemeijer qualifier cast.. Deze is dus onbruikbaar. Dan maar het verticaalhengeltje gebruiken.
Tijdens een zoveelste opruimactie van de garage kwam zowaar nog een doosje kunstaas bovendrijven, die ik in het voorjaar had aangeschaft. 5 Mooie kleine Spro-plugjes incl. doos voor € 9,95. Nu heb ik slechte ervaringen met goedkope pluggen, maar het merk Spro bevalt over het algemeen erg goed.

..en weer 5 voor de collectie...

Voor het zwembad laat ik de eerste plug te water. Het is een Spro PowerCatcher Big Belly Gold Shiner. HEERLIJK zoals men al die pluggen een naam weet te geven. Aan het einde van de drift knalt een snoekje uit de kant en grijpt het plugje. Hoewel niet groot weet deze snoek meerdere malen de slip te doen gieren en het duurt best lang voordat ie eens een beetje mak wordt.


Het plugje zit nauwelijks vast en deze is snel verwijderd. Ik zie tijdens dit verwijderen wel een staart van een voorntje in de strot hangen. Deze snoek dacht zeker even snel de maag te vullen en de rest van de dag in het zonnetje te gaan luieren.

Bij het zwembad hou ik het gelijk voor gezien. Ik koers verder en zet al varend een reel op een 4 meter lange matchhengel. Hiermee wil ik kleine plugjes langs de rietkragen trekken. Het vist toch niet prettig. Vissen met twee hengels is in zulke begroeide polderslootjes meestal teveel van het goede en ik houd er ook snel weer mee op. Op een hotspot heb ik pech. Twee motorboten passeren en de sloot is veranderd in een blubberpoel.
Bij het pannenkoekenlandje voltrekt zich hetzelfde drama. Weer een motorboot en weer verandert de sloot in een bubbelend blubberfestijn. Dat schiet lekker op zo.


Dan maar een beetje natuurspotten. Er hangt wat kamille boven het water en er hangen roofvogels in de lucht.


Met de gouden dikbuik vang ik een leuk baarsje maar aan zulk vismateriaal biedt dit weinig vertier.

Waar je normaliter geen kip tegenkom, is het vandaag opvalllend druk in de polder.
Ik kom zowaar de mede-columnschrijver Peter met vrouw en jongste zoon tegen. Ik zie ze zichtbaar genieten. Hoewel onze hoffotograaf niet in de boot zit, worden er wat plaatjes van mijzelf gemaakt. Zo zie ik mezelf weer eens vanuit een andere dimensie.


Even een bakkie koffie, en bij het zwembad nog even serieus pluggen.


Hier spelen kids in en om het water. Een hongerige baars laat zich hier niet door verstoren en grijpt de cranky minnow .


Vlak bij de haven kam ik het water zorgvuldig uit. Het blijft bij 2 baarsjes en 1 snoek.

Ik moet toegeven: het was heerlijk om weer eens op het water rond te dobberen met deze zonnige omstandigheden, maar ergens verlang ik toch ook weer een beetje naar die grauwe herfstdagen, geen tegenliggers in de polder en veel grote maar bovenal dikke snoeken.



Op de valreep: tinca tinca twenty-one

Zeelt 21, 48 cm.

door PvdH

Peter in de polder, week 38 van 2011 en 30 jaar geleden!

Het was even stil rond Peter. Hij had het namelijk druk met werken in de Beemster polder. Gelukkig is er weer een beetje tijd voor een hengeltripje, dus er valt weer wat te schrijven.
De laatste berichten van mijn kant stammen van begin september, dus daar gaan we maar even verder.


Hans Hageman met zijn snoek van 61 cm. Helaas wat verwondingen maar de vis zwemt weer.

De eerste serieuze pogingen een vis te vangen waren met het bootje van zoon Rob. Dit keer wilde Lex wel even mee een rondje varen. De route liep langs de Vaartkant, zwembad en weer terug. En dat 4 keer. De eerste trek was meteen raak. Een mooie baars greep de Rapala Original in oranje feestkleuren. Bij het bruggetje over het Stet kreeg ik een felle ram van een snoek erop, en de overige rondjes gebeurde er niks meer. We hadden wel mooi tijd om om ons heen te kijken. We vonden een dode karper, een centimeter of 60 lang.


( Rapala Original limited edition)

Later die week belde Gerrit Tuijn op, om te melden dat er veel dode vissen dreven in de Laandervaart. Het riool liep over en er was een maaiboot aan het werk. Na spoedberaad heb ik de POS gebeld, die op haar beurt het Waterschap belde. Inmiddels belde Gerrit me om te zeggen dat de meeste vissen toch niet zo dood waren als ze leken, en alles weer was gaan zwemmen. Gelukkig maar. Gerrit heeft nog wel wat vis overgezet naar een verder gelegen stuk van de vaart, zodat ze meer zuurstof kregen.


(Ondex 2 onverzwaarde spinner)

Limmer Kermis. Zondagavond moest ik er toch maar even uit met mijn hengel. Het weer was dreigend, er stond een stevige bries. Ik pakte mijn ultralichte spinstok met een Ondex 2 spinnertje en toog naar de Schulpvaart. Bij de Zeeweg wilde niks bijten, het water was glashelder en er sprong ook nergens een visje. Hier had ik het snel gezien en ik fietste door naar het gemaal aan de Uitgeesterweg. Direct de eerste worp dook een snoekje op de spinner, maar die schoot los. Ik wierp nog 30 keer over de zelfde plek, maar snoekmans was niet te vermurwen. Ik deed een ander spinnertje aan de lijn, een Ondex 2 met breder, zilver blad. De eerste worp was het raak en de vis kon netjes geland worden. Een goeie 50-er was mijn deel.
Hierna liep ik naar de andere kant van het gemaal. Ook hier de eerste worp een aanbeet, en gemist. Na een stuk of 10 worpen besloot ik dat ook hier een ander aasje aan moest om de vis te overtuigen. Zo gezegd zo gedaan. Een 2-delig Rapala plugje in Fire tiger kleuren plofte in het water, werd al na 3 slagen van de molen gegrepen en ook dit snoekje kwam netjes op de kant. Deze moest nog 50 worden. Tevreden kon ik na 3 kwartier vissen weer naar huis.


( en de Rapala Fire Tiger, 7 cm)

Na de Kermis fietste ik langs het Stet, en ontdekte dat Rob’s bootje verdwenen was. Na enig speurwerk vond ik hem ondersteboven bij het zwembad, een meter of 3 uit de kant. Ik heb hem bij de gebroeders Pepping op de kant getrokken en de andere dag teruggevaren naar de haven. Mijn zoon wist me haarfijn uit te leggen waarom juist ons bootje was gejat: het was de enige die was gehoosd.


Blij met de terugkomst van het bootje ging ik zaterdag middag nog even op pad. Buienradar gaf droog vanaf 15.30 uur, maar voor de zekerheid wachtte ik nog een half uurtje. Het zag er prima uit, met wel wat dreiging. Ik was nog geen 25 meter van mijn plek gevaren, toen de bui in 1 keer losbarstte, en ik binnen 1 minuut kletsnat was. Ik heb even geschuild onder een boom en moest elke paar minuten enkele liters water uit de boot kiepen, maar uiteindelijk kon ik dan toch gaan varen. Lekker programma, dat Buienradar!


30 jaar geleden zag je met zulk hondenweer ook dezelfde 2 zotten met een hengel!

Bij het plasje bij het zwembad aangekomen zag ik op het land een schim met een hengel. Dezelfde schim zag ik 30 jaar geleden ook met dit weer. Er waren in die tijd maar 2 zotten die gingen vissen als het slecht weer was. Uw schrijver en zijn maat Joost Zwertbroek. Gelukkig zijn we nog niet zoveel veranderd!

Ik pakte aan de 2-delige fluogele plug een klein baarsje, en verspeelde twee uur later aan zijn extragrote broer een dikke snoek, maar had toch een heerlijke middag gehad.


Zondag ging ik met zoon Lex op trainingskamp voor de sponsorwedstrijd van de jeugdvisclub. Samen vingen we er 40, waarbij Lex ook zelf al netjes vissen van de haak haalde. We hadden veel bekijks. Onder andere de familie Hageman kwam even langs. Hans hield even de hengel van zijn zoon vast, kon de verleiding niet weerstaan om even in te gooien en zat meteen vast. Aan een snoek! Met enige hulp van Lex en mij konden we de vis, 61 cm, netjes op de kant krijgen. Het fototoestel was mee en Hans heeft voorlopig voldoende stof om op verjaardagen over te vertellen als het eens over vissen gaat.


door RJ

BaarsBezigheden, week 36.

Onze eerste baarswedstrijd was vorige week zondag. Karel Nuyens ving 23 baarzen en daarmee stonden we gelijk. Het aantal diverzen gaf de doorslag en zo haalde ik toch nog een nipte zege.
Afgelopen zondag tijd voor de voorselectie van de Nederlandse kampioenschappen baarsvissen 2011.
De "omstandigheden" waren lastig: de wedstrijd viel in het weekend van de Limmer kermis. De avond ervoor zat ik niet op deze kermis, maar vierde een vierde decennium van een vriendin. Het nachtje werd erg kort en bij het verzamelpunt van de viswedstrijd werd de rampspoed nog erger. We verzamelden buiten op een parkeerterrein en er was dus geen koffie. Er zijn ergere dingen in het leven, maar dit werd voor mij dus even doorbijten.
Naast mij deden nog twee Limmers mee: Gerrit Tuijn en Karl Nuyens.

Gerrit Tuijn en Karel Nuyens

Het wedstrijdparcours was de Westerwatering in Zaandam. Voor ons een nieuw water, schitterend gelegen in een redelijk nieuwe wijk van Zaandam. Prachtige sloten en ik durf zelfs te beweren: een geschikt baarswater voor HSV Limmen!
Mijn eerste stek was prachtig. Beetje riet en een beetje gele lis. Ik probeerde gelijk te knallen. De baarzen zaten echt verstopt tussen de planten en ik moest risico nemen. Het koste me een haak en wat tis-werk, maar na 20 minuten had ik toch 20 baarsjes in de emmer. De tweede stek trof ik een kale kant, maar uit een soort regenpijpje die boven het water hing, stroomde een klein stroompje water. Alleen in dit stroompje was iets te vangen en ik kon er weer 12 bijschrijven. Derde stekje weer 12. De vierde was lastig en het werd een nul. Met een laatste stek van 3 kwam het totaal op 47 en tot mijn verbazing leverde dit een 10e plek en dus een startbewijs voor het NK op.

Gerrit Tuyn werd 20e met 44 stuks. Dit was ook nog goed voor NKdeelname. Kareltje mag het volgend jaar nog eens proberen. 27 Baarzen was toch net te weinig. (complete uitslagen en meer foto´s zijn te vinden op www.baarsvisservanhetjaar.nl )

Dit weekend werd ook het NK zoetwatervissen voor de Junioren gevist. Uit Limmen maarliefst 2 deelnemers: Sander en Mandy Schouws. Even snelgeteld: van de 113 deelnemers waren er 89 zonder vis. Kortom, ik ga er geen woorden aan vuil maken. Onze toppers noteerden beiden een nul. Voor de uitslagen en een verslag zie www.sportvisserijnederland.nl .

Nog even iets leuker nieuws: Op zondagochtend 25 september vist jeugdvisclub Samen Beet een koppelwedstrijd wat gelijkertijd een sponsorwedstrijd is. Info kun je nalezen op deze link en anders gewoon even de jeugdbestuurders contacten.


door PvdH

Peter in de polder, 3 september.


Zwaar weer op de Waal richting Tiel.

Na Rob ben ook ik terug van vakantie. Ik heb de weken ervoor wel stevig doorgevist. Na de visdag op kroeskarper ben ik met Peter van Renen en Joost Zwertbroek een zondag naar de Waal gegaan, bij Ochten en Dodewaard. We hadden minder mooi weer dan voorspeld, maar er waren naast een kans op onweer en regen toch ook wel wat opklaringen aangekondigd. We arriveerden met een stevige oostenwind. Van de westkant kwamen zware onweerswolken langs drijven die eerst voor Tiel langs waaiden, en later er om heen. Slechts 1 bui trof ons, en we gingen schuilen in de auto.


zwartbekgrondel.

De visserij die ik deed was simpel: 90 gram semi-vast lood, een onderlijn met haar en daarop een stuk kaas. De eerste 3 worpen kreeg ik telkens een tikje maar als ik ophaalde was de kaas eraf. Geen succes dus. Omdat ik kleine vis vermoedde, deed ik de haak vol met maden. Kort na de inworp een stevige klap op de hengel, gevolgd door een aanslag en een zware vis aan de haak.


Een stevige dril volgde, en met enige moeite kon ik een mooie barbeel landen van 62 cm. Geen record, maar wel en prachtige sterke vis waar ik voor gekomen was. Ook ik kreeg te maken met de zwartbekgrondel, liefst 2 stuks. Een nieuw PR, dat is mijn manier om er tegen aan te kijken. Ik had ze nog nooit gevangen. En inderdaad, na 1 of 2 tikjes hield de beet op en als je ophaalde zat je muurvast, met daarna een visje van niks eraan. Wel grappig. Volgende keer maar eens kijken of ik die andere grondelsoorten ook kan vangen.



Joost heeft de hele dag met kunstaas gegooid, en mocht slechts 1 aanbeet van een baars noteren. Deze overigens mooie grote baars wist te ontkomen, waardoor de teller voor Joost op 0 bleef. Peter was de grote winnaar, 2 nieuwe vissoorten voor de camera en heel veel mooie luchten en schepen.



Zoon Rob was uitgenodigd bij Peter en Natalie Koot op de camping in Ermelo. Er was een mooie vijver vlakbij waar veel kleine karpers zwommen. Met de jongens en Peter togen we hier naar toe. De karpertjes werden veelvuldig bevist en waren erg schuw. Slechts af en toe ging een aanbeet door en kon je een visje vangen. Wel spannend en met lichte hengels leuke sport. De eerste middag sloten we af met 10 vissen, de helft voor mij. Jelle was de grote man met 3 stuks aan mijn lichte “bolohengel” en 13/00 lijn.


Dinsdags ging ik Rob weer ophalen. Peter had met Gijs de dag ervoor leuk gevist en hij had er 6 gevangen met het aangepaste snoer van mij. Nu ging het moeilijker. Tussen de buien door ving ik er 6 en een giebel, Peter ving er 1 en Gijs ook. De rest bleef visloos. Ik had voor deze dag een oude hengel opgeknapt. Deze was 4-delig maar een beetje stuk. Ik had nog een mooi handvat van een oude matchhengel liggen, en de bovenste 2 delen van de andere hengel pasten hier perfect op. Zo kon ik een lichte, ongeveer 3 meter lange vlokhengel maken. De tweede top is voor een voerkorf, maar met een dobbertje onder de top ook erg leuk. Ook handig in de boot.


Hierna heb ik een avond met het bootje gevist bij het zwembad. Mooi afgemeerd op het talud en met wat voer en maden lekker op de witvis. Ik ving 3 mooie 50+ brasems en een handjevol maatse voorns. Heerlijke visserij en mooie vissen in onze eigen polder. Bert Ploeg, een oude vismaat en tevens aangetrouwde familie, wilde graag mee en mocht op de foto.


Daarna was het tijd voor een vakantie naar Ommen. Een weekje weg met gezin, schoonmoeder en oudste zwager. Op de camping was een afgesloten arm van de Vecht, en ernaast was ook een stuk van de stromende rivier. Beide waren met de Vispas te bevissen.
De dode arm zag er prachtig uit, was ongeveer anderhalve meter diep en er zat veel vis. Ze kenden het trucje wel, want ze gingen aan de loop voor lokvoer. Met wat losse maïs ging het beter. Ik ving bijna alle sessies wel een brasem, soms 2. Alle vissen waren tussen de 46 en 58 cm, de grootste heb ik op de foto gezet.
Het park, camping de Roos, was heel mooi ingericht, erg veel natuur, bos, water. Er zaten diverse vogels, waarvan ik even noem: groene, grote bonte en zwarte specht, ijsvogels, boomklever, boomkruiper, zwarte mees, staartmees, buizerd, sperwer, torenvalk, veel zwaluwen, kool- en pimpelmezen en het standaard spul.


Ik heb 3 sessies anders gevist dan op brasem. De eerste was met de matchhengel en maden op een voerstekje op voorn. De vis wilde niet op het voer komen en uiteindelijk kon ik ze op 30 cm diep pakken, wel boven mijn voer, maar dat lag 1,20 m dieper. Bij deze vangst van 10 stuks zaten ook 2 roofbleitjes.
De tweede sessie was met een stroomdobber in de Vecht. De stek naast de camping was ruim 3, 5 m diep. Ik viste met een 3 grams dobber, een bulkloodje op 25 cm en een verklikloodje op 15 cm. Het was erg lastig met de matchhengel van 3,90 m lang, maar uiteindelijk kreeg ik er handigheid in. Ik ving 12 voorns tussen de 15 en 25 cm en heb heerlijk staan “trotten”. Mijn maden waren nu wel op, dus de laatste ochtend ging ik met kunstaas op roofble bij de stuw van Junne. Er was recent een mooie vis van 73 cm gevangen, maar op mijn ochtendtrip bleef ik visloos. Ik mocht wel een prachtige zonsopgang fotograferen, en dus was de rit niet voor niks geweest.


Niet voor niks zo vroeg mijn bed uit!


het bewijs: 62 cm.


door RJ

Wild-West in IJssel-Valley, part two. week33



Vrijdag 12 augustus arriveren we op onze zomervakantie-bestemming. We zitten op het park Scherpenhof in Terwolde -  Gelderland. Het park grenst aan de IJssel, dus er zijn hengelspullen mee: een zware feeder en een kunstaasstok. Pas op de vierde dag raak ik voor het eerst een hengel aan. Ik ga feederen in de IJssel.

Het parcours ter plekke kent geen kribben en de stroming is uitermate sterk. 80-Grams korven zijn toch wel het minimum als je een meter of 15 uit de kant wilt vissen. Tijdens de eerste poging vang ik 1 winde, 2 grondels en 3 witvissen.


Mooie grondels...

Een 2e keer vang ik enkel grondels, maar verspeel ik 2 korven.

Twee ooievaars doen een liefdesritueel.

De 3e keer is gedurende enkele uren 's avonds. De vangst: 1 blankvoorn, 1 brasem, 1 winde, 1 kolblei en een stuk of 6 grondels waarvan 1 incl. kei + mossel. Detail: 1 van de grondels ving ik aan een maiskorrel.

...een winde...


...een kolblei...


...en een grondel inclusief mossel en kei.

De grondels waar ik over praat zijn zwartbekgrondels. We kunnen gerust stellen dat dit een heuze plaag is geworden. Het vervelende van deze vis is, hij pakt het aas, je ziet een korte beet en de vis kruipt tussen de stenen. Je ziet verder geen beet meer en als je denkt, laat ik maar weer eens ophalen kost dit nogal eens een onderlijn.

Naarmate de vakantiedagen vorderen verlang ik naar een stuk water met kribben en vlakkere bodem. Maandag 22-8 bezoek ik de IJssel bij Wijhe.

In het eerste halve uur hangt er een hartnekkige mist. De keerstroom ligt op zo'n 30 meter. Een korfje van 50 gram blijft goed liggen en de grond is brandschoon Wat een verschil met het water t.o.v. ons park!
Hier veel beten en redelijk wat vis. Ik vang winde, voorns, 2 brasems waaronder 1 mooie en een paar alvers.


...een mooie brasem...


...alver...

Ik twijfel nog een beetje of dit geen roofbleitjes zijn, maar de kennisdocumenten van sportvisserij Nederland geven aan: Alver: 48 - 55 schubben, roofblei: 65 - 74 schubben. Dit geeft de doorslag.


Er zwemt veel kleine vis onder de kant.

Af en toe pak ik mijn kunstaashengel en smijt met divers kunstaas in het rond. Dit levert niets op.
Ook doe ik nog een poging met kaas aan de hair, u snapt het: ik wil een barbeel maar ik vang hem niet.

Op de terugtocht naar het park bezoek ik hengelsportzaak Arnhem. (Gelegen in de plaats Deventer) Ik vul de collectie voerkorven weer aan met 2 x 80 en 2 x 100 gram. Natuurlijk moet er weer wat kunstaas mee: twee kleine Albatros-plugjes waarmee ik denk een verdwaalde roofblei te kunnen scoren.

Op het park heb ik enkele malen geprobeerd een rover te vangen, zowel in de IJssel als in de zij-havens. De teller bleef op nul steken.

...in een laat uurtje probeer ik nog iets met kunstaas in de haven...

Elke dag zaten er wel snoekbaarsvissers met aasvis te hengelen. Ik heb ze enkele kleine snoekbaarzen zien vangen. Met vele hengelaars heb ik een babbeltje gemaakt. De "locals" hebben immers meer ervaring. Deze raadden mij de IJssel ter plaatse af. Ik was het daar ook wel zat en twee dagen voor vertrek kruip ik in de ochtenduren tussen de hengelaars en ga vissen in een zij-armpje van de IJssel. Hier vangt iedereen wel een visje. Ook ik vang slag op slag bliekjes. Tussen de vangst zit 1 winde.
Rechts van mij zit een "echte" karpervisser, gewaad in de bekende schutkleurkledij. Vissend met meerdere hengels, beaasd met fluo-boillies, hengels op de rodpod met elektronische beetmelders en zelf achterover leunend op een luxueuze zetel. Het is een volhouder. De "locals" zeggen dat hier nog nooit een karper is gevangen, maar hij is al enkele dagen bezig en gaat het toch de hele week proberen. Er liggen al enkele kilo's boillies en ander aas in het water. Het is een aardige Limburger en heeft tijd zat om de vangst van mijn winde op de gevoelige plaat te zetten.


...tijdens het zakken van het aas knalt er al een winde op...


Ik blijf zeggen dat vissen tijdens mijn (gezins)vakantie slechts bijzaak is, maar het is wel een perfecte manier om de verloren uurtjes te vullen. Ik heb genoten, de vakantie is inmiddels weer om en momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor het aankomend baarsgeweld. De wateren zijn helder en het wedstrijdparcours voor zondag a.s. is nog niet gevonden.


door PvdH

Peter in de polder, week 30.


Aan het begin van dit jaar meldde ik mijn doelen voor 2011. Daarbij had ik staan: een zalm vangen, 50 zeelten vangen, eindigen in de top 3 van de A-groep in Limmen en 3 pr’s verbeteren. Als je dan een half jaartje verder bent, is het leuk eens te kijken hoe het met de doelen staat.


( zalmpje)
De zalm is inmiddels gevangen op de Faeröer eilanden. Daarmee is dus ook een pr gerealiseerd, want als er 1 pr makkelijk te breken is, dan is het wel door het vangen van een nieuwe soort, die dan per definitie al een pr is. Ook ving ik daar een koolvis van 40 en een pollack van 30 cm, waarmee de 3 persoonlijke records al waren gehaald. De zeeltenteller staat al even op 20 en aan dit doel zal ik eind augustus weer gaan werken. Vorig jaar was de vangst ook erg moeilijk in juli en was er in september en oktober nog goed zeelt te vangen. De technieken en aassoorten zijn bekend en de kans er nog een stuk of 20 te vangen is best mogelijk. 50 stuks wordt wel moeilijk, maar ja, vorig jaar kwam ik ook aan mijn 30 stuks, dus niks is onmogelijk. In de competitie sta ik derde en ik heb dus ook daar nog goede kansen op een top 3. Volgens mij kan ik geen kampioen meer worden, maar we zullen zien.

Dit weekend was er weer eens tijd om aan de pr-en te werken. In het Visblad stond een leuke reportage over de kroeskarper. Ik heb die soort nog nooit gevangen, maar weet een stek waar ze voorkomen. Een stuk water in Spaarnwoude waar veel karper zit, maar waarvan ik weet dat er ook kroeskarpers tussendoor lopen. Jaren geleden ben ik daar eens geweest met 3 jongens van de jeugdvisclub. Een vader, maarten Admiraal, was ook mee en verspeelde een kroeskarper vlak voor de landing. Van Richard van den Bos en Maikel van Breugel weet ik dat ze ze ook vingen, en bij de opnames van Vis-TV ter plaatse werd er ook 1 gevangen. Kortom, een mailtje naar Peter van Renen en met allerlei aas en visspullen op pad.
Peter mag altijd opdraven als ik wat bijzonders denk te vangen, en op de een of andere manier gaat het dan ook nog best vaak lukken. Onze eerste sessie was een serie foto’s over matchvissen op aantal, die geplaatst werd in Witvis Totaal, de volgende serieuze sessie was vorig jaar, Eerste Pinksterdag, waar ik 6 soorten vis ving, inclusief karper en zeelt. Ook een sessie op snoek, een winterzeelt, een eerste zeelt voor Patrick Siebelink en noem er nog een paar, Peter was er bij.


Zondag 31 juli was de dag. 7:00 uur stond ik bij Peter op de stoep en we konden op pad. Windstil weer, bewolkt maar een aangename temperatuur. De matchhengel voorzien van verse 16/00 nylon, 0,75 grams Geers dobbertje en haakje 16, de lichte karperhengel met 20/00 en een wat zwaardere haak en dobber. Verder als aas: diverse speciale deegjes, maden, mestpieren en maïs, en een pondje gewoon witvisvoer.
Ik koos voor 3 kleine voerstekjes, waarbij ik afwisselend diverse aassoorten op de plekken kon inleggen. De maden leverden al snel een karpertje en wat voorn op. De maïs was in trek bij een brasem, en plots was daar de rustige wegloper.
Het was de door mij belaagde vis: een kroeskarper. De allereerste van mijn leven en een mooie ook. Hij was 35 cm lang en gaf een leuke strijd.


De ochtend verliep qua vangsten verder moeizaam. Er zwommen voldoende karpers, azen deden ze ook, maar de hengeldruk ter plaatse is best heel zwaar. Nadat ik alle speciale aasjes en methodes had uitgeprobeerd, schakelde ik over op 1 maïskorrel op de match en 2 op de karperhengel. Kort hierna werd ik beloond met een aanbeet op beide hengels, kort na elkaar. De vis aan de matchhengel kwam in het netje, de vis aan de zwaardere hengel viel eraf bij het scheppen. Ook een andere karper ontkwam en om 12 uur sloten we af met 3 karpertjes, een kroeskarper, een brasem en een handjevol ruisvoorns. Overigens leverden de speciale deegjes geen vis op…
Een leuke visochtend kwam ten einde en weer was een doel voor dit jaar gerealiseerd.


’s Avonds ging ik met een andere Peter, Koot, naar het Uit-je-bak festival in Castricum. Enkele mensen van de HSV Castricum zijn ook actief bij de Bakkerij, het jongerencentrum. Zij waren betrokken bij dit bijzonder leuke, zeer toegankelijke muziek- en kunstfestival. Ik heb genoten van de bandjes die er optraden, de zeer uitgelaten sfeer van feestende mensen, jong en oud en was ook blij verrast door de “vis-“activiteit die Emeil Kuijs organiseerde. Emiel heeft een bedrijf waarbij hij mensen wil laten kennismaken met de natuur in en bij het water, op allerlei manieren. Van film tot speurtocht, van scholen tot kinderfeestjes. Nieuwsgierig? Kijk op www.natuurbeeldenbeleving.nl. Veel succes Emiel! En als je geluk wilt afdwingen bij het maken van opnames: bel gerust Peter en Peter, want dan komt er altijd vis op de kant.


door RJ

Snoek om de hoek, week 30.

Het is 7:45 als ik arriveer bij de Limmerhaven. Marcel Acquoy staat dan al te trappelen van ongeduld. Snel wordt de visboot opgetuigd en als de Corneliuskerk het 8:00 uur-klokkenspel door Limmen laat weerklinken varen we uit. Met kunstaas kammen we de Dusseldorpervaart uit. Geen teken van leven te bespeuren. We koersen richting pannenkoekenland. Dit gedeelte van de polder kammen we uit met bescheiden aasvisjes. Deze manier van vissen doe ik veel te weinig en dat komt door een stukje gemakzucht; je moet immers van tevoren aasvissen vangen. Een plusje voor Marcel, hij heeft dit aas verzorgd. Helaas blijft het ook hier angstvallig stil met onze vangsten

Eerst maar eens aan de koffie. Marcel heeft een picknicktas mee met een haast onuitputtelijke proviand. Ik zeg: weer een plusje.
We vervolgen onze tocht richting noordermolen. Het hele stuk vanaf Overdie naar de molen bevissen we met aasvissen. De natuur om ons heen is fantastisch, maar de dobbers achter de boot geven een troosteloos aangezicht.

We maken het rondje Limmerpolder af. We zien wederom een flinke karper drijven. Wat is/was hier gaande, dit is immers al het derde exemplaar? De picknicktas gaat nog diverse malen open en zelf shet gepatendeerde spijsbrood van Bakkerij Putter ontbreekt niet.
Halverwege de Kromme sloot bind ik mijn zwaarste plug aan de lijn, de 14 cm Salmo Fatso weegt immers ruim 100 gram. Dit is een jerkbait, dus de visser moet zelf zorgen dat deze plug actie krijgt. Het valt me op dat ik mijn frustraties flink afreageer op dit aas.
Zo naderen we weer de onderdoorgang van de A9. Hier staar ik wat naar een groepje bloeiende krabbescheer. Nu best mooi, maar dit plantje wil je niet in de polder hebben. In het najaar zakt de plant naar de bodem en da's niet handig voor kunstaasvissers.
Als de boot enkele meters onder de A9 huist, wordt mijn gedachte bruut verstoord. Geheel onverwachts dan toch eindelijk onze eerste aanbeet, aan de Salmo Fatso. Dit voelt goed. Marcel heeft een nieuwe meetplank gefabriceerd die we nu hopelijk eindelijk kunnen inwijden.


Onder de A9 ligt een drijfbrug. Ik stap uit de boot, op deze drijfbrug en loop naar het begin van de brug. Hier kan ik de hengel weer naar boven steken.


Het water is smal en ondiep. De snoek probeert van alles, maar lijkt dan uitgeteld.


Middels de kieuwgreep denk ik deze vis goed te mannen. Marcel wil te hulp schieten om de haak te verwijderen. De snoek kromt zijn staart iets waarna ik Marcel meldt dat hij maar beter even kan wachten. Dit is immers vaak een teken dat de snoek nog even gaat spartelen. Met een imposante klap ontglipt de snoek zich van mijn kieuwgreep. Hoe deze dit nu voor elkaar kreeg is me nog steeds een raadsel, dit was me nog niet eerder overkomen. “Gelukkig(?)” wordt de val geremd: de tweede dreg blijft in mijn oude visjas haken, dus de vis hangt nog steeds vertikaal. Als twee ware profs weten we deze vis weer snel uit zijn en onze benarde positie te bevrijden.


Zo'n vangst blijft zo wel weer beter in het geheugen gegrift. Al met al hadden we lekker gevist maar te weinig gevangen.


door PvdH

Peter in de polder, week 29.

Weinig tijd om te vissen deze week. Na de avond op de pier was het weer er ook niet naar. Voor zondag stond de tweede bootjeswedstrijd in de planning, maar Ron Droog belde me donderdag al op, met de weersverwachtingen van het weekend. Beter op tijd afgelasten, was onze mening. Dus dit weekend geen wedstrijd. Daarom zondag ochtend maar even met onze Rob naar het Stet. We kozen een stek nabij de brug. Al snel vingen we wat kleine vis. Rob had het koud want verkeerd gekleed. Nadat we aan de overkant een snoek zagen springen, wilde Rob hier nog wel een poging op wagen. Ik bouwde zijn werphengel op. Bij gebrek aan een staaldraadje knoopte ik de haak met 2 losse stukken nylon aan het hoofdsnoer. Deze stukken lustte en knoopte ik in elkaar, zodat bij een eventuele beschadiging de lijn nog kans had heel te blijven. Een vlokdobbertje moest de vis op diepte houden. Ik wierp in en gaf Rob de instructies wat te doen. Bij de tweede drift ( de wind voerde het geheel prachtig langs de overkant) schoot het dobbertje onder. Ik liet Rob tot 20 tellen en toen rustig strak draaien. De snoek hing. In het begin deed de vis rustig, maar in het oppervalk zag ik toch wel een pittige vis. Vlakbij gekomen, nam de vis een spurt, zwom 5 meter door de slip, kwam met een dubbele schroef uit het water en nam nog eens 5 meter lijn. Terug bij het net herhaalde hij dit nog eens half. De volgende poging lag de snoek in het net. Daar schrok hij zo van, dat hij weer een sprong nam, uit het net omhoog sprong, terug op het net viel dat prompt met een luide kraak afbrak. Rob was bang dat de vis zou ontkomen, maar een volgende poging kreeg ik de vis dan toch in het net, waarvan alleen de hoepel nog over was. Met een zwiep slingerde ik de vis op de kant. We gaven elkaar een high five ( tik em aan ouwe) en de vis kon worden onthaakt. De haak zat keurig in de hoek van de bek en het nylon was onbeschadigd. De meetlat gaf 82 cm aan, hiermee was het Rob’s eerste snoek en grootste vis. Omdat de dag niet mooier kon worden, besloten we in te pakken en ons succes te vieren.

’s Middags zagen we dat de beslissing de wedstrijd af te gelasten een goede was geweest, er stond veel wind en er vielen 3 hele zware buien.
In de avond knapte het op en wilde ik nog even naar de zeeltstek. Het water is behoorlijk dichtgegroeid, maar er viel hier en daar nog te vissen. Terwijl ik op mijn eerste beet zat te wachten, stortte met donderend geraas een aalscholver uit de boom tegenover me. De vogel tolde naar beneden en sloeg met zijn snavel in de grond. Een spectaculairdere entree kon ik me niet voorstellen. De zwarte punt op zijn snavel op de foto is van de prut die nog aan zijn snavel zat.

Qua vissen werd het niks deze avond. Ik kreeg 1 keer beet aan worm, en ik bleek een kleine snoek te hebben gehaakt. Halverwege het binnendraaien beet hij mijn haak eraf en besloot ik de naderende regen niet af te wachten.

Oh ja, de zeeltteller staat al een tijdje op 20 stuks. Mijn stek gaat ze voorlopig niet geven, dus ik schakel over op andere visserij. Vorig jaar begon de zeelt ook pas eind augustus weer te azen. Voorlopig maar even met kunstaas op snoek en baars, en de Beemster bezoeken voor wat karperspektakel.


Dit soort foto’s krijg je als de vanger de vangst niet durft op te pakken. De vis lijkt zo wel extra groot.

Groeten,

Peter


door PvdH

Peter uit de polder, week 26


Ik ben midzomerdag naar de Faeröer eilanden gereisd met mijn moeder. Doel van deze reis: ik ga vissen, moe gaat schilderen en samen gaan we van de mooie natuur en cultuur van deze eilandengroep genieten. Ik had 3 dingen op mijn lijstje staan die ik per sé wilde hebben gedaan: een zalm vangen, papegaaiduikers zien en walvissen zien.
De Faeröer liggen halverwege Schotland en IJsland een klein beetje onder de poolcirkel. Het is een autonome staat in het Koninkrijk Denemarken, bestaat uit 18 eilanden en er wonen 49000 mensen. Ruim 90 % van de bevolking leeft van de visserij, visverwerking en de scheepvaart en handel rond die visserij. Een perfect land dus om te gaan vissen.


Het klimaat is daar “Arctisch en Atlantisch”: koud, veel wind en veel regen. Bij aankomst was het 9° C, het miezerde een beetje en er stond een prettig windje. Dezelfde avond ving ik aan een lepel een pollak en was de eerste vis dus binnen. De volgende dag gingen we naar een klein meertje waar ik op forel kon vissen. Na lang speuren vond ik de vis en ving er 3 en verspeelde er 5. Twee andere stekken leverden niks op.
Dag 3 was het wat beter weer, 12 ° C en af en toe een klein buitje. We vertrokken naar Runavik, waar ik wadend in een meer mooie forellen ving aan een plugje en een spinner. Na anderhalf uur was de beet er helemaal uit en gingen we op trektocht. We zagen 2 goudplevieren op een rots en gingen terug naar het meer van gisteren. Daar was de vis helemaal los en ik ving er 5 in een klein uurtje. De grootste was 38 cm.


De Faeröer hebben een kenmerkend landschap. De zee is nooit verder dan 5 kilometer van je weg, de bergen zijn heel stijl en hoog ( 700-880 m). De rotsen hebben een repeterende structuur: kale top met ringen door erosie, dan een glooiend stuk met gras en watervallen, dan weer een stijl stuk en dan onderaan de kust een glooiende helling. In de rivieren leeft geen vis, want het water valt bijna loodrecht in zee. De paar meren die er zijn, zijn door de bevolking met forellen gevuld, om altijd aasvis voor de zeevisserij te hebben. Er zijn maar enkele rivieren die wel voor de zalm en zeeforel optrekbaar zijn.
De dorpen zijn allemaal aan de kust, met eromheen een klein strookje groen met aardappelen en gras voor de schapen.
Bomen groeien er niet uit zichzelf, alleen in de dorpen zie je wel eens een parkje of wat aanplant in de tuinen. Alle andere bomen worden meteen een kopje kleiner gemaakt door de schapen.


Op zee worden veel zalmen gekweekt in drijvende netten. Hiervan ontsnappen er wel eens een paar. Op dag 4 dook zo’n zalm achter mijn werppilkertje aan maar miste net aan.
De volgende dag viste ik in de haven van Klaksvik, de een-na-grootste stad van het land met 5000 inwoners. Deze stad is het visserijcentrum van het land, wat je bij het binnenrijden al duidelijk wordt: een levensgrote vishaak staat op de rotonde en op de achtergrond belooft de lokale supermarkt mij een bonus. Die kwam er, want ik vond een kade waar de koolvis zich verzamelde. In de ochtend ving ik er 20 in een half uurtje, en na het avondeten ging ik nog even 2-en-een-half uurtje terug. Er zat hier zoveel vis, dat het water af en toe zwart kleurde als er een school langs zwom. Ik ving in die tijd 140 koolvissen tot 38 cm aan een pilkertje en stonk van voor tot achter naar de vis.


WELKOM!

De overige dagen ving ik op alle zoete wateren die ik beviste forel ( 3 soorten) en op de zoute koolvis. De grootste vis was 40 cm, geen reus maar erg leuk. De grootste verrassing was een zalmpje van 35 cm dat mijn plugje greep. Daarmee waren 2 doelen bereikt: de zalm en de papegaaiduiker. Van de walvis vond ik slechts een kale graat op een kade ( op de Faeröer worden jaarlijks zo’n 900 grienden, kleine tandwalvissen gevangen en lokaal opgegeten).


Zeepapegaai, op zijn Deens. Ook lekker in een wildsausje…

Deze reis was ongelofelijk mooi, de natuur ruig en onherbergzaam. De mensen zijn heel vriendelijk en geïnteresseerd. Het eten was meestal erg lekker ( lamsvlees, gestoomde kabeljauw en papegaaiduikertjes waren verrukkelijk). De vogels waar ik voor kwam waren ook vaak te vinden: papegaaiduikers, zwarte en gewone zeekoeten, nachtzwaluwen, tapuiten, diverse soorten duikers, meeuwen, een steenarend ( bleek een uiterst zeldzame observatie te zijn!), alken, stormvogels, grote, kleine en kleinste jagers, goudplevier alsmede veel ook bij ons voorkomende vogels. Bijzonder waren verder de kleine bloemen ( veel orchideeën) en de karakteristieke schapen. De leukste was een schaap in leeuwenkleren.


GRRRBEH.

Ook voor mijn moeder was het onvergetelijk. Zij had vanwege het natte weer wel last met het schilderen en krijten, maar schetsen ging uitstekend. Ook kon ze vanuit de hotels, die stuk voor stuk prachtige uitzichten boden, lekker haar gang gaan.
Nat, elk uur wel een buitje.


De midzomernacht, maar ook de dagen erna, werd het nooit donker. Rond elf uur nam het licht wat af, rond 2 uur werd het weer sterker. De enige keren dat het donker was, was in de tunnels waarmee de eilanden zijn verbonden.
De visserij was er afwisselend, maar ik had onvoldoende materiaal mee voor de echte strandvisserij. Ook op de boten heb ik me niet gewaagd, temeer daar de wind snel kan opsteken en dan stormt het zomaar even. Ik heb watervallen omhoog zien waaien! ( zie foto boven de kerk). De meeste meren zijn vrij bevisbaar, ik moest voor het meer waar ik de zalm ving, wel € 45 betalen voor een dag. De kust is overal vrij bevisbaar, maar niet overal toegankelijk. Elk dorp heeft wel een haven en een kade, en daar zitten wel mooie stekken bij. Vanaf de strandjes kun je soms zalm en zeeforel vangen, maar daarvoor was ik te vroeg.
Reizen met hengels is trouwens een dure grap, voor de hengelkoker betaal je lachend € 55 als extra bagagestuk. Reishengels die in je koffer passen leveren hier dus behoorlijk hun geld op.




Kenmerkende bouw: huizen van steen en wrakhout, met een grasdak. De huizen zijn kleine, vooral de oudere, omdat je dan minder hoeft te stoken. De Faeröer heeft een redelijk hoge welvaart, iedereen werkt en er wordt aan de vis en toerisme goed verdiend. Er zijn weinig winkels, weinig cafés behalve in de hoofdstad Torshavn ( met 19000 inwoners de kleinste hoofdstad ter wereld). Ik heb 1 Burger King gezien en 3 pizzaria’s ( maar er zijn er nog een paar). De hoofdstad is een hele leuke stad, met een levendige haven waar winkeltjes en horeca zijn, die op de rest van de eilanden nagenoeg ontbreken. De reis is per boot te doen, eventueel met eigen auto, maar wij kozen voor een vlucht via Denemarken. Vanaf Kopenhagen is het nog ruim 2 ½ uur vliegen in een klein toestel, ik paste maar net in mijn stoeltje.

En nu is het weer gewoon tijd voor werk en de Nederlandse visserij.


door RJ

Peter en Rob in de polder, Rob doet het verslag.

Vrijdag 17 juni: de eerste bootjeswedstrijd van 2011. Broer Ben mag deze keer mee. Ik vaar langs het Kerkermeer te Akersloot en pik hem om 18:30 uur op. De boot is behoorlijk vol met materiaal, o.a. een visparaplu. Die biedt al snel uitkomst, want varend richting het Overdie wacht ons een flinke plensbui. We varen rustig voor de wind en voelen ons als twee kamperenden in een tentje.
De andere boten wachten schijnbaar deze bui even af, want op het Overdie is geen teken van leven. Na telefonisch contact weten we dat ze er aan komen en wij stek twee mogen zoeken. We vinden de palen en zetten de boot vast met steekstokken. De rietkraag zorgt ervoor dat we nagenoeg uit de wind zitten.

We beginnen onder de paraplu, deze kan al snel weg.

Inmiddels arriveren de anderen.


Alleen Gerrit Tuijn en Meindert Bakkum zijn wegens motorpech verlaat.


De boot van Dennis en Peter bevat een derde persoon.


Het blijkt onze hoffotograaf Pjetero. Zo kunnen we deze column weer opleuken met bewijsmateriaal.
We vissen tot 22:00 uur. Het is dan inmiddels redelijk schemerig.


Op het dichtbij gelegen pannenkoekenlandje worden de vangsten getelt, gewogen en gedetermineerd. De ludieke puntentelling gaat immers op basis van aantal, gewicht en verschillende soorten.

Over de soorten: Bij Rene en Luuk Levering wordt een riviergrondel in het net aangetroffen. Voor dit water redelijk bijzonder. De prijs voor de meest bijzondere vangst gaat echter naar Dennis, die een hybride ving. Een hybride is een kruising tussen twee soorten. Deze vis leek een kruising tussen een ruisvoorn en een Atlantische tijgerhaai. (Eens kijken of de column wel echt wordt gelezen)

De complete uitslag leest u spoedig elders, maar hier de samenvatting: Rene en Luuk vingen 117 stuks en bevatte 5 soorten. Met meer dan 10.000 punten winnen zij deze wedstrijd. Ron en Dolf weten zo'n 30 vissen te vangen waaronder twee mooie brasems. Zij pakken de tweede plaats. Dennis en Peter worden derde. De broertjes Ben en Rob eindigen als vierde, waarbij ik wel wil vermelden dat Ben duidelijk de meeste vissen binnen had gehaald. Voor deze vierde plek worden 2 mooie 3/4 liter La Chouffe flessen ons deel.
Voor zijn goede diensten wordt de fotograaf ook bedankt met een aardigheidje. We keuvelen nog even na op het landje, onder het genot van allerlei meegenomen hapjes en drankjes. Het is twaalf uur geweest als de boot nog even langs Akersloot gaat om mijn broer thuis te bezorgen. Vandaar snel terug naar de Limmerhaven en ik weet zeker dat ik namens alle deelnemers spreek als ik zeg dat dit weer een zeer geslaagd evenement was en dus weer voor herhaling vatbaar.


Archief