Baarspeuteren door Rien Faasse

Baars Peuteren.
Rien Faasse heeft voor onze leden en lezers een leuk informatief stuk geschreven. Doe er je voordeel mee.    

HET TUIGJE.
Lijndikte:  8 of 10/100 mm.
Beet Verklikker:        Meest populair is het op de lijn hebben van een 6 tot 8 en soms nog meer minuscuul kleine afgesneden stukjes van een veerschacht.  Een klein en heel langzaam zinkend dobbertje met een brede licht gekleurde bovenkant of een klein niet zinkend dobbertje  ( een z.g. tuimelaartje ) wordt door sommige baars peuteraars ook wel gebruikt.
Kleur van de kraaltjes:        Licht fluo geel doet het zeer goed maar ook wit, fluo oranje en rood  wordt toegepast.
Haakje:           Nummer 20 maar vaak nog kleiner tot nummer 24 aan toe.
Lood:             Meestal Styl lood dat met een speciale tang wordt aangebracht ( de z.g. Styl lood tang ). Kleine loodkorrels kan ook prima (korrel gewicht b.v 0,05 gr en dan 1 tot 4 stuks ). De hoeveelheid lood en de setting daarvan op de lijn is een kwestie van persoonlijk voorkeur. De één houdt van super licht. Het aas moet als het ware naar beneden dwarrelen.  De ander heeft liever een snel zinkende lijn om het aas zo snel mogelijk op de gewenste diepte te krijgen. Het totaal gewicht van de loodzetting zal ergens tussen de 0,05 en 0,3 gram liggen. Bij stroming of veel wind wordt er al snel meer lood op de lijn ingezet en natuurlijk ook bij dieper water.

DE HENGEL.
Baars peuteren is meestal  “ kant “ werk.  De kleine baarsjes zitten vaak pal tegen de kant van de sloot, de beschoeing  of tussen de rietjes.
Een licht, super kort en gevoelig hengeltje is dus gebruikelijk. De 2-delige NIPRO hengeltjes van 1.25 tot 1.75 mtr ( Nipro nummers 1 t/m 3 ) zijn zeer populair. De topjes van deze hengeltjes zijn allen gelijk en passen dus altijd op het handgreep deel.
De wedstrijdvisser heeft aan de waterkant meerdere opgetuigde topjes bij zich zodat bij lijnbreuk of haak verlies snel  van top met een tuig kan worden gewisseld.
De baarshengels en topjes worden meegenomen in een zelf gefabriceerde koker die b.v.  is samengesteld uit diverse PVC pijpjes. De dichte onderkant van deze bundel is voorzien van een flinke ijzeren pen waarmee het geheel onder handbereik in de aarde van de walkant wordt gestoken.
De wedstrijdvisser weet al snel of de baarsjes aan de  eigen kant van de sloot zitten. Zo niet, dan gaat hij het soms door gebruikmaking van een lange hengel proberen aan de overkant van die sloot. Er wordt dan een lange hengel ingezet waarbij soms 11 tot wel 13 meter nodig kan zijn. Dit is een vermoeiende en niet prettige manier van vissen.
Staat er flinke dwarse  wind over het water dan is het praktisch ondoenlijk maar een fanatieke wedstrijdvisser is niets te veel. Hij zal alles in het werk stellen om net dat éne baarsje méér te vangen om de wedstrijd mogelijk te winnen.

AAS
Worm. ( Voor jaren de enige toegestane aassoort bij wedstrijden). Vaak volstaat een zeer klein stukje hiervan.
Pinkie.Dit is een soort dwergmade.  Een combinatie van een stukje worm met een pinkie wordt ook wel toegepast.  ( Panachée  )
Men beweert dat de worm het beste zomer en een pinkie het beste winteraas is. Een pinkie is gemakkelijker vissen omdat één en het zelfde aasje vele malen gebruikt kan worden vanwege zijn taaiheid. Het blijft intact aan de haak terwijl het wormpje vaak na één enkele aanbeet al vervangen moet worden. Dit regelmatig opnieuw moeten aanzetten van het wormaasje geeft een hinderlijk oponthoud ( tijdverlies ) dat, vooral als er veel baarsjes te vangen zijn, een funest tijdverlies geeft voor de fanatieke wedstrijdvisser. Er moet immers juist dàn tempo gemaakt worden. Zoals gezegd, de tijd dat alleen de worm als aas mocht worden gebruikt is voorbij.  Tenslotte hierover: van het merk Power Bait heb ik altijd een klein glazen schroefpotje met een plastic imitatie van minuscule bloed -wormpjes bij me. Model super klein twistertje. U zult het misschien niet geloven maar het werkt als vanger van de baarsjes.
HET WEDSTRIJD VISSEN
Bij iedere wedstrijd en vereniging is de oever lengte van een “ stek “ gelijk. Dit is 5 meter. Meestal door de z.g. palenzetter uitgemeten  door vijf flinke stappen.  Bruggen en duikers worden overgeslagen omdat zich hier vaak de meeste baarsjes verzamelen en dit dus de wedstrijd oneerlijk zou beïnvloeden. Verder verschillen de regels per club nogal. Je loot of krijgt een nummer vooraf en bij de grote wedstrijden blijft dit je vaste steknummer.    Bij de meeste clubcompetities verschuif je per nieuwe stek naar een ander steknummer. Men veronderstelt daardoor een meer eerlijke competitie te bewerkstelligen.  Er worden meerdere stekken uitgezet en bevist. Meestal vis je vijf stekken per wedstrijd met elk een tijdsduur van 25 minuten.  Loot  je de eerste stek b.v. nummer 1 dan schuif je voor de tweede te bevissen stek een tweetal nummers op ( Alkmaar).  Dus begin je op stek  1 ( je vist tussen de paaltje 1 en 2 ) dan verschuif je voor de daarop volgende ronde naar stek 3,  etc etc. In Limmen verschuif je zelfs 5 nummers naar de volgende stek.  ( Voorwaar een hele rekenarij. )
                                           .
Bij grote wedstrijden worden de baarsjes welke niet meer zwemmen ( zo genaamde “ vermoorde baars ” ) niet  meegeteld. Het is dan zaak van een te diep geslikt haakje de lijn door te knippen en een nieuw haakje aan te zetten. Het baarsje blijft zo intact en blijft zwemmen.
Het ( per ongeluk ) op de stek van je buurman komen vissen tijdens de wedstrijd is een doodzonde.
De meeste verenigingen tellen een baarsje voor 10 punten en de witvisjes tellen niet mee. Er zijn gelukkig ook clubs die de “ witjes “ wel tellen en deze honoreren met 1 punt.
Nog een opmerking als het gaat om grote officiële baars wedstrijden. Wordt er bij de telling een ander visje dan baars in je emmer geconstateerd ( b.v. een posje ) dan acht men dit een mogelijke poging tot misleiding van de “ visteller “ en als men héél erg streng is kan diskwalificatie volgen.
Voor het bewaren van de gevangen baarsjes wordt meestal een ouderwets aas-akertje gebruikt. Anders een emmer met een geperforeerde binnenemmer. Het is aan te bevelen om met een watervaste zwarte viltstift je naam hierop te zetten. Dit vergemakkelijkt tijdens wedstrijden de vangsten op de juist naam noteren door de “ visteller “ .

       baars

Zeer kleine baarsjes ( kleiner dan 5 cm ) noemt men TORRETJES.
Baars peuteren en baarsviswedstrijden is een typisch Noord Hollands gebeuren.
Aardig en het vermelden waard is dat ik na vele jaren Noord Hollandse ervaring met het wedstrijd vissen laatst compleet verrast werd door iemand van mijn thuisclub Castricum ( waar ik ook al jaren van de baars vis partij ben) welke met twee haakjes aan zijn tuigje aan het baars vissen was. Normaliter en overal streng verboden en dus illegaal.  Na een korte woordenwisseling bleek mij ( achteraf ) dat de persoon in kwestie volkomen reglementair bezig was. De wedstrijdregels HVC Castricum waren vanaf de oprichting van de vereniging anno 1936 nimmer aangepast  en die stonden het dubbele haak aan de lijn dit toe.  Zoiets mag je toch UNIEK noemen.

Tenslotte.
De AANBEET REGISTRATIE.                                                                  
Achter het oude gemaal museum aan de Fielker te Akersloot was ik wat voorntjes aan het vangen om mee te gaan snoeken. Het was in de tijd dat het gebruik van levend aas nog onbesproken was. Even verderop stond een oude man die aan het baars peuteren was. Een tak van de sportvisserij die mij ( toen nog ) geheel vreemd  was. Natuurlijk maakte ik een gezellig praatje met de man die zich voorstelde als Klaas uit Beverwijk. Tijdens het babbelen bleef hij kijkend naar zijn trits kleine gele kraaltjes door vissen en vangen. Gewend als ik was aan de beetregistratie middels een dobbertje snapte ik absoluut niet hoe hij zag dat hij beet had en  dus stelde ik hem die vraag. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat hij het mij kort en bondig uitlegde.
1/ De piepkleine trits kraaltje zijn hoofdzakelijk bedoeld om de diepte van het water te bepalen en om te weten te komen op welke diepte of waterlaag de baarsjes zich bevinden ergo aanbijten.
2/ Soms zie je de aanbeet doordat in het water een kraaltje zich langzaam zijwaarts gaat bewegen dus dan pakt het visje het aas en zwemt er rustig mee weg.
3/ Vaak voel je het tikje van de aanbeet maar daar moet je dan wel de juiste lichte materialen voor hebben en ook een meer voldoende ervaring.
En zo ben ik begonnen aan een stukje visserij waar ik in de loop der jaren enorm veel plezier aan heb mogen beleven.
Rien Faasse     Castricum